
Met asset management doorstaat infrastructuur iedere stresstest
Hoe beheer je bruggen, tunnels en andere kunstwerken die langer dan een eeuw moeten meegaan? Volgens Jan Stappaerts, Business Unit Manager Information Engineering & Surveying bij Sweco, begint goed asset management niet pas bij het onderhoud. De basis wordt al gelegd tijdens het ontwerp, met één centrale vraag: hoe zorgen we ervoor dat infrastructuur haar waarde behoudt gedurende haar volledige levenscyclus?
Infrastructuur wordt vaak ontworpen als project: met een budget, een planning en een opleverdatum. Maar bruggen, tunnels, wegen en kaaimuren stoppen niet met bestaan zodra het projectteam vertrekt. Integendeel. Dan begint de langste fase van hun levensduur. Bij infrastructuur kan beheer en onderhoud tientallen jaren duren, soms tot 100 of 150 jaar.
“Daar zit precies de uitdaging. We moeten infrastructuur minder bekijken als iets dat we opleveren, en meer als een asset dat we gedurende zijn volledige levenscyclus beheren. Dat vraagt een andere manier van ontwerpen, denken en samenwerken.”
Jan Stappaerts, Business Unit Manager Information Engineering & Surveying bij Sweco

Waarom gaat zoveel aandacht naar de levenscyclus?
Jan Stappaerts: “Omdat infrastructuur een uitzonderlijk lange levensduur heeft. Een ontwerp- en bouwfase duurt misschien enkele jaren, maar het beheer loopt vaak over meerdere generaties. Toch denken we in de sector nog te vaak in projecten: wat kost het nu, wanneer leveren we op, halen we de deadline? Terwijl de echte maatschappelijke waarde pas zichtbaar wordt tijdens het gebruik.”
Volgens Jan vraagt dat om een fundamentele verschuiving. Niet alleen de initiële investeringskost telt, maar ook onderhoud, toegankelijkheid, vervangbaarheid, inspecteerbaarheid en duurzaamheid.
“Neem asfalt”, zegt hij. “Een duurdere oplossing kan op papier minder aantrekkelijk lijken. Maar als je die minder vaak moet vervangen, is ze op lange termijn misschien net efficiënter. Asset management helpt om dat soort keuzes rationeel te maken.”
Die manier van werken vraagt dat ontwerpers en opdrachtgevers al vroeg nadenken over onderhoudstoegang, faalmechanismen en vervangingsstrategieën. Informatie mag daarbij niet verloren gaan na de oplevering, maar moet meegroeien met het asset: van ontwerpdata en as-built-informatie tot inspectierapporten, schadebeelden en uitgevoerde ingrepen.

Maakt een mooi 3D-model nog het verschil?
Jan: “Een 3D-model is waardevol, maar het is slechts het zichtbare deel van de ijsberg. De echte waarde zit in de informatie die aan objecten gekoppeld is. Denk aan verlichting, ventilatoren, kabels, sensoren, brugonderdelen of tunnelinstallaties. Als je weet wat elk object is, welke eigenschappen het heeft, waar het zich bevindt en hoe het relateert tot andere elementen, dan kun je dat later veel beter beheren.”
In de ontwerpfase is 3D-geometrie cruciaal voor visualisatie en clashdetectie. Maar naarmate een project evolueert richting realisatie en beheer, verschuift de focus naar correcte data en informatie. De presentatie omschrijft BIM daarom niet als louter 3D-modellering, maar als een informatieproces dat samenwerking, coördinatie en communicatie ondersteunt doorheen de volledige levenscyclus van een asset.
“Overmodelleren is een valkuil”, waarschuwt Jan. “Je kunt enorm veel detail toevoegen, maar als dat detail later geen waarde heeft voor beheer of onderhoud, creëer je vooral extra kost. De vraag moet altijd zijn: welke informatie heeft de beheerder nodig om betere beslissingen te nemen?”
BIM-simulatie Fietsbrug Wijnegem © ZJA
BIM, AIM en OTL: welke taal is begrijpbaar voor alle partijen?
Jan: “Standaardisatie is zeker nodig. Als iedereen objecten anders benoemt of andere eigenschappen registreert, wordt informatie moeilijk herbruikbaar. Daarom is de Object Type Library, of OTL, zo belangrijk. Die zorgt voor een gemeenschappelijke taal voor infrastructuurdata.”
De OTL legt vast welke objecttypes bestaan, welke attributen daarbij horen en hoe objecten logisch of ruimtelijk met elkaar verbonden zijn. In de presentatie wordt OTL omschreven als een semantische datastandaard die data uniform beschikbaar maakt tijdens de volledige levenscyclus van infrastructuur.
“Je kunt het vergelijken met Lego-blokken”, zegt Jan. “Je bouwt complexe infrastructuur op uit gestandaardiseerde componenten. Die basisstructuur helpt om informatie correct over te dragen van ontwerp naar uitvoering en vervolgens naar beheer.” Bij Sweco is het opleveren van OTL-conforme modellen een vertrouwde werkwijze voor de verschillende teams. De PPS Kunstwerken, SAS Slijkens en de Dijlebrug zijn daarbij goede voorbeelden van OTL-compliant projecten.

PPS Kunstwerken © Sweco
Hoe maken digital twins de brug tussen ontwerp, beheer en onderhoud?
Jan: “Een digital twin is een centraal, up-to-date en beslissingsgericht systeem waarin geometrische, technische, operationele en realtime data samenkomen. Daardoor kun je niet alleen zien wat er gebouwd is, maar ook hoe een asset zich gedraagt.”
Digital twin kan je best omschreven als een digitale replica die monitoring, analyse en simulatie mogelijk maakt. Sensoren, IoT-toepassingen, simulatiemodellen en AI-algoritmen spelen daarin een centrale rol. Ze kunnen bijvoorbeeld trillingen, vervormingen, temperatuur, vochtigheid, verkeersbelasting of slijtagepatronen registreren en analyseren.
Jan: “Het sterke is dat data zich opstapelt. Hoe langer je meet, hoe beter je patronen begrijpt. Je kunt bijvoorbeeld zien hoe een brug reageert op weer, belasting of verkeersintensiteit. Dat maakt onderhoud voorspelbaarder en efficiënter.”

Kun je een voorbeeld geven van datagedreven asset management?
Jan: “Brugmonitoring is een duidelijk voorbeeld van datagedreven asset management. Door sensoren continu informatie te laten verzamelen over spanningen, vervormingen, stilstaand water, belasting, verkeer en structureel gedrag, krijg je een veel vollediger beeld van hoe een brug zich in de praktijk gedraagt.”
De Henneaulaanbrug op de R0 Noord is zo’n slimme brug. Ze wordt gedurende haar volledige levensduur opgevolgd met sensoren die onder meer corrosie, stabiliteit, belasting, vervorming, scheurvorming, betonintegriteit, uitzettingsvoegen, geluid, schokken en verlichting monitoren. Zo verschuift beheer van periodieke controle naar permanente inzichten.
“Dat is precies de meerwaarde van data”, zegt Jan. “Je wacht niet tot er een probleem zichtbaar wordt, maar ziet evoluties sneller aankomen. Meet je bijvoorbeeld verkeersintensiteit, dan kun je onderhoud plannen op momenten met minder hinder. Detecteer je afwijkingen vroeg, dan kun je sneller en gerichter ingrijpen.”
In combinatie met een digital twin worden die data nog waardevoller. Monitoring op afstand, minder fysieke inspecties, snellere detectie van afwijkingen en een lagere totale levenscycluskost maken asset management ook voorspelbaarder voor beheerder én gebruiker.
Wie is eigenlijk de ‘klant’ bij asset management?
Jan: “In infrastructuur denken we vaak dat de opdrachtgever de klant is. Maar de echte klant is de persoon die de infrastructuur gebruikt: de fietser, automobilist, voetganger, reiziger, schipper of buurtbewoner. Als een brug technisch perfect is, maar onvoorspelbaar in gebruik, dan is de maatschappelijke waarde beperkt.”
Dat betekent dat data en informatiemodellen niet alleen technische keuzes moeten ondersteunen, maar ook inzicht moeten geven in wat infrastructuur betekent voor de gebruiker. Veiligheid, comfort, beschikbaarheid en voorspelbaarheid worden zo even belangrijk als structurele prestaties of onderhoudskosten. Hoe beter je die gebruikerservaring begrijpt, hoe gerichter je hinder kunt beperken en infrastructuur kunt afstemmen op menselijk gedrag.
En fietsbrug kan technisch sterk ontworpen zijn, maar als fietsers vaak moeten wachten omdat de scheepvaart voorrang krijgt, voelt de verbinding minder betrouwbaar aan. De asset functioneert dan wel, maar de gebruikswaarde daalt omdat beschikbaarheid en voorspelbaarheid ontbreken.
“Customer experience klinkt misschien als een commerciële term, maar voor infrastructuur is het cruciaal”, zegt Jan. “Mensen beoordelen een asset niet op het model of de technische berekening. Ze beoordelen het op beschikbaarheid, veiligheid en betrouwbaarheid.”
Waarom blijft onderhoud dan zo vaak onderbelicht?
Jan: “Nieuwe infrastructuur is zichtbaar. Je kunt een lint doorknippen, een opening organiseren, een investering tonen. Onderhoud is minder zichtbaar, zeker als het goed gebeurt. Maar net daarom is het zo belangrijk om asset management beter uit te leggen. Goed onderhoud voorkomt problemen die later veel duurder en hinderlijker worden.”
Net omdat onderhoud vaak pas zichtbaar wordt wanneer er iets misloopt, blijft de urgentie ervan moeilijk tastbaar. Toch stapelen de onderhoudsnoden zich op en worden de maatschappelijke gevolgen groter wanneer ingrepen worden uitgesteld. Een levenscyclusbenadering helpt om die keuzes zichtbaar te maken: wat moet vandaag gebeuren om infrastructuur morgen veilig, betrouwbaar en beschikbaar te houden?
“Asset management dwingt ons om rationeler te kijken”, zegt Jan. “Niet alleen naar de kost van vandaag, maar naar de waarde over 50 of 100 jaar. Dat is een moeilijke boodschap, maar wel een noodzakelijke.”
Foto © Adobe Stock


Welke meerwaarde biedt Sweco bij asset management?
Jan: “Sweco zit op het snijvlak van ontwerp, data, engineering en beheer. Dat geeft ons een sterke positie om opdrachtgevers te helpen de brug te slaan tussen projectdelivery en langetermijnbeheer. We kunnen ervoor zorgen dat informatie niet stopt bij oplevering, maar bruikbaar blijft voor onderhoud, monitoring en toekomstige beslissingen.”
Goed informatiebeheer creëert waarde voor alle stakeholders. Openbare besturen kunnen beter onderbouwde investeringsbeslissingen nemen. Aannemers en ontwerpers werken met duidelijkere randvoorwaarden. Beheerders krijgen consistente en actuele data die aansluiten op hun processen. En gebruikers profiteren van infrastructuur die veiliger, betrouwbaarder en beter beschikbaar is.
Volgens Jan ligt de kracht van Sweco in samenwerking. BIM, AIM, OTL en digital twins zijn geen doel op zich. Ze werken pas wanneer mensen, processen en technologie op elkaar afgestemd zijn.
“Change management is minstens zo belangrijk als software”, zegt Jan. “Je moet teams meenemen, rollen duidelijk maken, standaarden afspreken en tonen waarom informatiebeheer hun werk beter maakt. Pas dan wordt BIM een hefboom voor beter asset management.”
Foto © Faye Pynaert
Hoe overtuig je opdrachtgevers en beleidsmakers van zo’n langetermijnverhaal?
Jan: “Door het concreet te maken. Asset management kan technisch klinken, maar uiteindelijk gaat het over herkenbare vragen: hoe houden we bruggen veilig? Hoe vermijden we hinder? Hoe plannen we onderhoud slimmer? Hoe zorgen we ervoor dat publieke middelen beter renderen?”
Daarom ziet Jan veel waarde in storytelling. Om complexe materie begrijpelijk te maken voor een breder publiek. Concrete cases, beelden, data en gebruikersvoorbeelden helpen om te tonen wat asset management in de praktijk oplevert.
“Technische expertise is noodzakelijk, maar niet voldoende”, besluit Jan. “We moeten ook kunnen uitleggen waarom dit ertoe doet. Voor beheerders, voor beleidsmakers en vooral voor de mensen die dagelijks op onze infrastructuur vertrouwen.”
Overig nieuws

Met asset management doorstaat infrastructuur iedere stresstest
Lees meer

Ontmoet Sweco op het IWA World Water Congress 2026 in Glasgow
Lees meer

Slimmer onderweg dankzij mobiliteitsmanagement
Lees meer
