
RUP en verordening Woongebieden buiten de dorpskernen van Holsbeek
Holsbeek combineert aantrekkelijke dorpskernen met open landschappen, lintbebouwing en verspreide woonzones. Om toekomstige woonontwikkelingen beter te sturen, liet de gemeente ruimtelijke uitvoeringsplannen ontwikkelen, één voor haar woonkernen en één voor het omliggende woongebied. Sweco ging aan de slag met dat laatste en ontwikkelde een juridisch en ruimtelijk kader dat kernversterking stimuleert, bijkomend ruimtebeslag beperkt en de karakteristieke open zichten van Holsbeek beschermt.
- Klant
- Gemeente Holsbeek
- Locatie
- Holsbeek, Vlaams-Brabant
- Sweco scoop
- Ruimtelijke planning, beleidsplanning, opmaak ruimtelijk uitvoeringsplan, scenario-onderzoek en ruimtelijke regelgeving
Van verspreide groei naar sterke woonkernen
Om nieuwe woningen dicht bij voorzieningen en goed bereikbare locaties te stimuleren, is een duidelijke omslag nodig in de manier waarop ruimte wordt ontwikkeld. De evoluties van de voorbije jaren konden verspreide bebouwing niet volledig tegengaan. Tegelijk is er binnen de bestaande woonkernen nog voldoende ruimte om een aanzienlijk deel van de toekomstige woningbehoefte op te vangen. De gemeente Holsbeek werkte daarom aan twee complementaire ruimtelijke trajecten. Naast een planningsinitiatief rond kernversterking was er behoefte aan een duidelijke visie voor woningen en bouwgronden buiten de kernen. Het RUP Woongebieden buiten de dorpskernen, met gekoppelde stedenbouwkundige verordening, brengt beide ambities samen en geeft zo lokaal uitvoering aan de Vlaamse bouwshift. Het uitgangspunt is helder: bijkomende versnippering buiten de kernen beperken en de kwaliteiten van het landschap versterken.

De bouwreserve buiten de kernen beheersen
Zoals vele Vlaamse gemeentes kent ook Holsbeek nog een ruime bouwreserve buiten de dorpskernen. Langs uitgeruste wegen bevinden zich nog onbebouwde percelen, terwijl grote kavels en bestaande woningen bijkomende mogelijkheden bieden voor opsplitsing, verkaveling of vervanging door meergezinswoningen. Wanneer die mogelijkheden ongericht worden benut, dreigt de bebouwing verder uit te waaieren. Dat verhoogt het ruimtebeslag en kan waardevolle landschappen en open zichten aantasten. Zeker in een landelijke gemeente als Holsbeek bepalen deze doorzichten mee de identiteit en leefkwaliteit van de omgeving. Het RUP en de stedenbouwkundige verordening moesten daarom niet alleen bepalen waar nieuwe woningen wenselijk zijn, maar ook onder welke voorwaarden ontwikkelingen buiten de woonkernen nog mogelijk blijven. Het koppelen van beide instrumenten biedt een grotere planologische flexibiliteit voor Holsbeek op lange termijn.
Verschillende scenario’s als basis voor het plan
Tijdens het voorbereidende onderzoek, geïnitieerd vanuit het strategisch project Regionet, werden op intergemeentelijke schaal verschillende scenario’s onderzocht om ontwikkelingen buiten de kernen te beperken. Daarbij werd gekeken naar mogelijke beperkingen op de woningdichtheid en naar het geheel of gedeeltelijk herbestemmen van onbebouwde bouwgronden. Uit de analyse en het overleg kwam een scenario naar voren waarbij de woonmogelijkheden buiten de kernen worden beperkt zonder percelen onmiddellijk te herbestemmen. De nadruk ligt op een lage dichtheid en het tegengaan van verdere perceelsopsplitsing. Binnen dit scenario gelden buiten de afgebakende woonkernen onder meer de volgende principes:
- onbebouwde percelen langs uitgeruste wegen kunnen in principe met maximaal één woning worden ingevuld;
- bestaande bebouwde percelen kunnen niet verder worden opgesplitst om extra woningen mogelijk te maken;
- bestaande woningen kunnen niet worden opgedeeld of vervangen door meergezinswoningen;
- bijkomende differentiatie blijft mogelijk wanneer de lokale situatie daar ruimtelijk aanleiding toe geeft.
Deze aanpak beperkt het potentiële woningaanbod buiten de kernen aanzienlijk en voorkomt dat open ruimte stapsgewijs verder wordt ingenomen.

Van ruimtelijke visie naar uitvoerbaar beleid
De kracht van het project ligt in de vertaling van een brede beleidsdoelstelling naar concrete en juridisch toepasbare regels. De bouwshift krijgt pas werkelijk impact wanneer lokale besturen over instrumenten beschikken waarmee zij nieuwe ontwikkelingen gericht kunnen begeleiden.