Skip to content
Je ziet de Coronmeuse site waar er gebruik wordt gemaakt van waterdoorlatende betegeling en gestapeld muurtje uit circulair materiaal

27/05/2026

Leestijd:7min

Sweco Belgium

Hoe transformeer je een zwaar belaste industriële site in een duurzame en klimaatbestendige stadswijk? Op de voormalige Coronmeuse-site in Luik kozen onze experten niet voor een klassieke saneringsaanpak, maar voor het herstel van een levende, functionerende bodem. Landschapsarchitect Kobe Vanhaeren legt uit hoe bodemherstel, waterbeheer en publieke ruimte er samenkomen in één geïntegreerde visie. Dit project toont hoe bodemexpertise kan uitgroeien tot een strategische hefboom voor steden en ontwikkelaars die inzetten op kwaliteit, klimaatadaptatie en haalbaarheid.

Coronmeuse: een historische site met complexe uitdagingen

Het schiereiland Coronmeuse kent een lange geschiedenis. In 1930 vond er de Wereldtentoonstelling plaats ter gelegenheid van honderd jaar Belgische onafhankelijkheid. Decennialang bleef het gebied een strategische industriële en logistieke site, met alle gevolgen van dien voor de bodemkwaliteit. Toen Luik zich kandidaat stelde voor de organisatie van een internationale tentoonstelling in 2017, werd Coronmeuse geselecteerd als toekomstige locatie. Hoewel de Expo uiteindelijk niet naar Luik kwam, bleef de ambitie overeind: de site ontwikkelen tot een duurzame ecowijk. Het consortium Néolegia kreeg de opdracht om die visie verder uit te werken.

Dat betekende een bijzonder complexe uitdaging, waarbij Sweco als schakel fungeerde tussen techniek, ontwerp en beleid. De 25 hectare grote site bestond grotendeels uit opgehoogde gronden, puin en historisch vervuilde lagen, met onder meer zware metalen en restverontreiniging van brandstoffen en industriële activiteiten. Tegelijk moest de nieuwe wijk een kwalitatieve publieke ruimte worden, met parken, speelzones, fietsverbindingen en klimaatbestendige groenstructuren.

Bodem wordt nog te vaak uitsluitend benaderd als iets negatiefs: vervuiling, sanering, risico’s. Maar een bodem is in essentie een levend systeem. In Coronmeuse wilden we vertrekken vanuit de vraag hoe we dat systeem opnieuw konden laten functioneren.

Kobe Vanhaeren, Landschapsarchitect

Waarom klassieke sanering niet volstond – en wat wél werkte

Een volledige traditionele saneringsaanpak bleek financieel en praktisch nauwelijks haalbaar. Volledige ontgraving en vervanging van de bodem zou niet alleen een veelvoud van het beschikbare budget kosten, maar ook enorme hoeveelheden kwalitatieve teelaarde vereisen voor de heropbouw van de bodem – materiaal dat eenvoudigweg niet beschikbaar was op die schaal.

Daarom werd gekozen voor een andere strategie: traditionele sanering waar nodig, en maximaal werken met de niet vervuilde aanwezige bodem en die opnieuw ecologisch activeren. Die keuze kwam tot stand via een onderbouwde vergelijking van scenario’s, waarbij Sweco samen met de opdrachtgever zocht naar de beste balans tussen ecologie, kostenefficiëntie en uitvoerbaarheid.

Uit bodemonderzoek bleek namelijk dat de bestaande grond niet uitsluitend negatieve eigenschappen had. De stenige samenstelling zorgde voor draagkracht en voldoende porositeit voor lucht en wortelgroei. Daarnaast bevatte de bodem nog organisch materiaal en voedingsstoffen. Het echte probleem zat dieper: het bodemleven was door de historische vervuiling grotendeels verdwenen.

“Een bodem zonder bodemleven verliest een belangrijk deel van zijn ecologische functies,” legt Kobe uit. “Planten kunnen dan veel moeilijker de voedingsstoffen opnemen, hoe rijk die bodem chemisch gezien ook is. De bacteriën, schimmels en andere organismen die die omzetting mogelijk maken, waren bijna volledig verdwenen.”

beeld van het park met looppiste waarop jogger loopt

Lokaal bodemleven opnieuw activeren

Onze experten zetten daarom sterk in op het herstel van het microbiologische ecosysteem van de bodem. Het organisch materiaal dat op de site vrijkwam, zoals snoeihout en groenafval, werd zoveel mogelijk lokaal verwerkt en gecomposteerd. Die keuze was bewust: micro-organismen uit dezelfde omgeving zijn vaak beter aangepast aan de specifieke bodem-, water- en klimaatomstandigheden van de Maasvallei.

Op basis van deze lokale compost werden vervolgens compostextracten gemaakt. Deze extracten, waarbij lokaal geproduceerde compost met water wordt vermengd, werden ingezet om het bodemleven in de bovenste bodemlaag geleidelijk te stimuleren en de biologische activiteit opnieuw op gang te brengen.

Daarnaast werden gerichte organische amendementen toegepast, waaronder commerciële groencompost en rijpe paardenmest. Die combinatie liet toe om niet alleen het bodemleven te versterken, maar ook de bodemstructuur en de nutriëntenbalans beter te sturen. Omdat de commerciële groencompost nog niet volledig was uitgerijpt, speelde de rijpe paardenmest een belangrijke stabiliserende rol. Ze droeg bij aan een evenwichtigere koolstof-stikstofverhouding, waardoor het verdere composteringsproces gecontroleerder kon verlopen en nutriënten geleidelijk beschikbaar kwamen voor het bodemleven.

Voor onze teams was dit een intensief onderzoeks- en leerproces, ontwikkeld in nauwe samenwerking met specialisten in bodemkunde, landbouw en bemesting. Door bodemexperten, landschapsarchitecten, waterbeheerders en ingenieurs samen te brengen, konden we deze kennis vertalen naar een praktische en uitvoerbare aanpak op het terrein.

We hebben hier versie 1.0 gerealiseerd. Intussen passen we dezelfde principes al toe in andere steden, met telkens meer kennis en efficiëntie. Dit wordt super belangrijk als we onze infrastructuurprojecten willen koppelen aan gezonde bodems en klimaatbestendige groenstructuren.

Kobe Vanhaeren, Landschapsarchitect

Water als structurerend element

Het bodemherstel stond niet los van de bredere klimaat- en landschapsvisie voor Coronmeuse. Het ontwerp van de openbare ruimte vertrok vanuit een versterking van het blauw-groene netwerk, waarbij waterbeheer, vergroening en bodemkwaliteit als één geïntegreerd systeem werden bekeken.

De wijk werd ontworpen om regenwater maximaal lokaal vast te houden en te infiltreren. Wadi’s, open grachten, infiltratiebekkens en vertraagde afvoerstructuren zorgen ervoor dat regenwater niet naar de riolering wordt afgevoerd, maar opnieuw in de bodem infiltreert. Ook ondergrondse injectiesystemen en waterdoorlatende verhardingen maakten deel uit van die aanpak.

Die strategie speelde een sleutelrol in het functioneren van de bodem. Door regenwater lokaal vast te houden en gecontroleerd te laten infiltreren, ontstaan omstandigheden waarin de bodem zich geleidelijk kan herstellen en verder ontwikkelen. Water wordt zo niet enkel een technisch aandachtspunt, maar een actief onderdeel van het ruimtelijk systeem dat bijdraagt aan de veerkracht van de openbare ruimte.

Een aanpak die ook economisch werkt

Het succes van de aanpak werd snel zichtbaar op het terrein. Waar ontwikkelaars aanvankelijk sceptisch stonden tegenover investeringen in bodemverbetering, bleek de impact op de kwaliteit van het landschap aanzienlijk.

“Als je bomen plant in een bodem die niet functioneert, dan krijg je zwakke groei en hoge uitval,” zegt Kobe. “Op Coronmeuse zijn van de tot op heden ongeveer 500 aangeplante bomen uiteindelijk slechts twee exemplaren uitgevallen. Dat is uitzonderlijk.”

Ook financieel bleek de aanpak overtuigend. De actieve bodemopbouw kostte slechts een fractie van een klassieke ontgravings- en vervangingsstrategie.

“Plots wordt bodemherstel dan niet alleen ecologisch interessant, maar ook economisch haalbaar voor publieke opdrachtgevers en ontwikkelaars,” aldus Kobe.

Coronmeuse toont dat bodemherstel geen niche is, maar een strategische keuze voor steden die inzetten op klimaatadaptatie, leefkwaliteit en duurzame publieke ruimte. Door bodem vanaf het begin mee te nemen in ontwerp en beleid, ontstaan oplossingen die tegelijk ecologisch, technisch en financieel robuust zijn.

Dit project heeft aangetoond dat je met een andere, weloverwogen kijk op bodem veel meer kan bereiken. Niet door alles weg te graven, maar door opnieuw op te bouwen wat hij nodig heeft om te functioneren.

De inzichten uit Coronmeuse worden vandaag al meegenomen in andere stedelijke herontwikkelingen, infrastructuurprojecten en klimaatadaptieve landschappen. Daarbij koppelt Sweco bodemexpertise steeds vaker aan ontwerpkwaliteit, kostenbeheersing en beleidskaders, telkens afgestemd op de specifieke bodem- en sitecondities en met aandacht voor haalbaarheid op lange termijn

Foto’s ©Faye Pynaert

Staan jullie voor gelijkaardige uitdagingen rond bodemkwaliteit, klimaatadaptatie of de herontwikkeling van complexe sites? De experten van Sweco denken graag mee – van eerste analyse tot een uitvoerbaar en gedragen ontwerp. Neem contact met ons op en ontdek wat een levende bodem kan betekenen voor jouw project.

Bodemteam

Coronmeuse

Overig nieuws

sketch of the masterplan of Coronmeuse
Gezonde bodem, Expert Talk, Natuur & Milieu, Leefbare Steden, Klimaatadaptatie & -bestendigheid, Sweco Loket26/05/2026

Gezonde bodem: voor optimale kosten-baten op lange termijn

Lees meer

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Ontvang updates over baanbrekende projecten, duurzame oplossingen en exclusieve inzichten van Sweco. Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en transformeer mee naar de toekomst.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
    U kunt uw toestemming op elk moment intrekken via de uitschrijflink in onze e-mails.