Skip to content

06/10/2026

Leestijd:8min

Sweco Belgium

Tien jaar geleden was een grote natuurbrand in Europa nieuws. Vandaag is het een seizoen. Portugal, Griekenland, Frankrijk en Spanje kennen we. Maar deze zomer zagen we ook Cheshire, de Donau, de Hoge Venen en een vliegshow in Limburg. We blijven natuurbranden behandelen als uitzonderingen: pech, een droge zomer, een onvoorzichtige wandelaar. Dat zijn ze niet meer. Natuurbrand is een structureel risico, en een structureel risico vraagt geen betere reactie, maar regie.

Wat deze zomer ons leert

De opvallendste verhalen van deze zomer gingen niet in de eerste plaats over bos, maar over infrastructuur. In Griekenland wordt het elektriciteitsnet dit jaar verantwoordelijk gehouden voor ongeveer driekwart van het verbrande landoppervlak. Een kortsluiting in deels decennia oude lijnen, gecombineerd met droogte en wind, volstaat. Hier is de asset niet het slachtoffer van de brand, maar de ontsteking. Dat roept meteen de vraag op wie aansprakelijk is.

In Cheshire veroorzaakte een historische stoomtrein een bermbrand tot vlak bij woningen; de spoorlijn lag dagenlang stil. Bermen zijn onderschatte infrastructuur: lange, droge, grasrijke stroken die woonwijken, natuurgebieden en industriezones met elkaar verbinden. België telt er duizenden kilometers van.

In Le Porge (Gironde) vonden ontmijners na de brand zo’n vierhonderd obussen en projectielresten uit de Tweede Wereldoorlog. Met de Westhoek, militaire domeinen en oude oefenterreinen weten we in België: onze bodem heeft een geheugen.

In Hongarije zakte de Donau zo laag dat de enige kerncentrale van het land bijna moest stilvallen door een tekort aan koelwater. De noodoplossing, waterwegen verleggen, verhoogde elders het bosbrandrisico. Droogte wordt een waterprobleem, dan een energieprobleem, en de oplossing creëert een nieuw brandrisico. Niemand heeft dat hele plaatje op één tafel liggen.

En dan Trévillach, in Zuid-Frankrijk. Een zware brand raakte een zonnepark, maar slechts een honderdtal panelen liep schade op; de rest bleef operationeel. Geen geluk, maar het resultaat van vier concrete keuzes: vegetatiebeheer, een defensible space rond de installatie, een brandwerende omheining met goede toegang en een fysieke scheiding tussen de PV-velden. Preventie werkt. Ze is niet duur, niet hoogtechnologisch en niet onbekend. Iemand moet alleen beslissen en uitvoeren.

Waarom België anders is

De Hoge Venen bewezen dit jaar dat dit geen Zuid-Europees probleem is: zo’n 3.000 hectare ging in vlammen op, tegenover 600 hectare in het Groot Schietveld (2021) en 450 op de Kalmthoutse Heide (2011). Toch is oppervlakte niet de juiste maatstaf voor België.

Door onze bevolkings- en infrastructuurdichtheid kan een kleine brand grote gevolgen hebben: tien hectare in de Pyreneeën is een lokaal incident, tien hectare naast een ziekenhuis, snelweg of hoogspanningspost is een crisis. Natuur, woningen, industrie en zorg liggen letterlijk tegen elkaar aan; de Kempen is in feite één grote wildland-urban interface. De impact reikt ook verder dan de vlammen: rook sluit snelwegen en luchthavens, en de uitval van één lijn treft duizenden aansluitingen kilometers verderop.

Bovendien zijn ons beleid en onze organisaties historisch ingericht op overstromingen en de klassieke gebouwbrand. Daarvoor hebben we uitstekende expertise en procedures, voor geïntegreerd natuurbrandrisico niet. En brand kent geen gewest-, provincie- of landsgrenzen: samenwerking tussen sectoren en over grenzen heen, en het delen van middelen in preventie, repressie en herstel, is belangrijker dan ooit.

Wie draagt het risico?

Grunde Jomaas stelde in augustus de vraag “Who owns wildfire risk?”. Zijn analyse: het natuurbrandrisico is verdeeld over verzekeraar, overheid, eigenaar en gemeenschap, maar die verdeling is nooit bewust gemaakt.

Vertaald naar België: woning en inboedel zijn gedekt, maar zonder risicogedifferentieerd prijssignaal. Wie zijn tuin brandveilig inricht, betaalt evenveel als wie dat niet doet, dus er is geen financiële prikkel tot preventie. Verbrande natuur wordt niet vergoed; het herstel blijft bij ANB, Natuurpunt, DNF en private boseigenaars. De repressie werkt, maar de capaciteit bij meerdere gelijktijdige branden blijft een open vraag. Beheerders van kritieke infrastructuur kijken elk naar hun eigen netwerk, zonder sectoroverschrijdende cascade-analyse. En preventie en terreinbeheer zijn versnipperd over gewesten, gemeenten en eigenaars.

Kortom: in België is de woning verzekerd, maar het landschap, de continuïteit en de preventie zijn dat niet. Of, naar Jomaas: een vlambare heuvel heeft geen verweerder. Een gebouw heeft een eigenaar, een architect en een verzekeraar. Een berm of heidegebied langs een spoorlijn heeft dat niet, en zolang niemand er verantwoordelijkheid voor neemt, gebeurt er niets tot het brandt.

Data en detectie: aanwezig, maar nog niet beslissingsklaar

Wie de keten van een natuurbrand bekijkt, van detectie over melding, duiding en inzet tot herstel, ziet dat data op zich niet ontbreekt. Ze is er wel, maar gefragmenteerd en verspreid over diensten, sectoren en onderzoeksprojecten. Wat ontbreekt, is structuur en validatie: gedeelde definities, formaten en kwaliteitscontrole, zodat die data ook effectief bruikbaar wordt om beslissingen op te baseren.

Hetzelfde geldt voor detectie. Satellieten, sensoren en camera’s bieden veel potentieel. Maar voor we er beslissingen op bouwen, moeten we grondig onderzoeken en evalueren hoe goed ze presteren en hoe betrouwbaar ze zijn in de Belgische context, en werken naar uniforme standaarden en werkwijzen. Alleen zo investeren we slim in middelen, in plaats van versnipperd.

Daarnaast loopt het vandaag vast in het midden van de keten: wie meldt wat aan wie, binnen welke termijn, op basis van welke kaart en welk mandaat, en wie beslist? Dat is een kwestie van regie, en eerlijk gezegd ook van awareness.

Een tweede kloof is de vertaalslag. Onderzoek levert risicomodellen, brandgedragsimulaties, fuel-type- en WUI-kaarten en near-realtime satellietdetectie. Een asset owner stelt andere vragen. Wat betekent dit voor mijn lijnen, mijn zorgcampus, mijn terminal? Wie doet wat om drie uur ’s nachts? Wat zet ik in mijn investeringsplan? Wat rapporteer ik onder CSRD en ESRS E1? Wat houdt stand voor mijn verzekeraar en mijn raad van bestuur? Een onderzoeksrapport is geen beslissing. Iemand moet het vertalen.

Een consortium met regie

Dat werkt enkel met een consortium in drie lagen. Kennis: FIRE-MAP, PXL, KU Leuven, UAntwerpen, CERAC, EFI en de Pau Costa Foundation. Eigenaarschap: netbeheerders en industrie, zorg, luchthavens en spoor, ANB en natuurbeheerders, brandweerzones en NCCN, verzekeraars, gemeenten en provincies. En daartussen regie: verbinden, vertalen, ontwerpen en borgen. Die rol willen wij bij Sweco opnemen. We bundelen daarvoor de krachten van Fire & Emergency en Natuur, Klimaat & Energie, aangevuld met specifieke wildfire-expertise uit de Sweco-groep en ruime ervaring in de opmaak van beleidsplannen.

We werken dat uit in acht modules: van een gedragen visie over preventie, detectie en protocollen, respons en evacuatie, herstel, evaluatie en communicatie, tot de verdeling van kosten en een juridisch en beleidskader tot 2030. Het doel is niet acht rapporten, maar dat elke organisatie op elk moment in de keten weet wat haar rol is.

Drie voorstellen

Een consortium met regie

Dat werkt enkel met een consortium in drie lagen. Kennis: FIRE-MAP, PXL, KU Leuven, UAntwerpen, CERAC, EFI en de Pau Costa Foundation. Eigenaarschap: netbeheerders en industrie, zorg, luchthavens en spoor, ANB en natuurbeheerders, brandweerzones en NCCN, verzekeraars, gemeenten en provincies. En daartussen regie: verbinden, vertalen, ontwerpen en borgen. Die rol willen wij bij Sweco opnemen. We bundelen daarvoor de krachten van Fire & Emergency en Natuur, Klimaat & Energie, aangevuld met specifieke wildfire-expertise uit de Sweco-groep en ruime ervaring in de opmaak van beleidsplannen.

Breng de industrie aan tafel in België.

Richt vóór de start in 2027 een gebruikersgroep op met netbeheerders, zorg, spoor, luchthavens en verzekeraars, en laat hen de onderzoeksvragen mee bepalen, inclusief de evaluatie van detectietechnologie op prestaties en betrouwbaarheid.

Eén gedeelde, gestructureerde en gevalideerde natuurbranddatabank.

Detectiedata en risico data van FIRE-MAP, incidentdata van de brandweerzones en schadedata van de verzekeraars, in één afsprakenkader met gemeenschappelijke standaarden. Zolang die data versnipperd blijft, blijft elke risicokaart een schatting.

Deze voorstellen vragen geen nieuwe wetgeving en geen groot budget. Ze vragen één ding: dat iemand eigenaar wordt. Een vlambare heuvel heeft geen verweerder. Laten we ervoor zorgen dat hij er één krijgt.

Ralf Bruyninckx

Ralf Bruyninckx

Overig nieuws

Natuur, Klimaatadaptatie & -bestendigheid, Natuur & Milieu06/10/2026

Natuurbrand stopt niet aan de bosrand

Lees meer

Water-Land-Schap 2.0 wapent Vlietvallei tegen droogte en wateroverlast
Klimaatadaptatie & -bestendigheid, Natuur & Milieu, Water02/10/2026

Water-Land-Schap 2.0 wapent Vlietvallei tegen droogte en wateroverlast

Lees meer

Energietransitie, Gezondheid & welzijn01/10/2026

Sweco bevestigt sterke duurzaamheids­prestaties met EcoVadis Gold

Lees meer

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Ontvang updates over baanbrekende projecten, duurzame oplossingen en exclusieve inzichten van Sweco. Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief en transformeer mee naar de toekomst.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
    You may withdraw your consent at any time via the unsubscribe link in our emails.