
Vuursalamander krijgt nieuwe kansen in Vlaamse Heuvels
Hij is zwart met felgele vlekken, dol op vochtige bossen en bronbeekjes. En hij heeft onze hulp nodig. De vuursalamander is al decennia zo goed als verdwenen uit West-Vlaanderen. Sweco zette zijn schouders onder een grensoverschrijdende studie om dat te veranderen.
- Expertise:
- Climate resilience & nature
- Klant
- Provincie West-Vlaanderen
- Locatie
- Regio Vlaamse Heuvels
- Services
- Ecologie & biodiversiteit, biotoopkartering, hydrologie & waterbeheer, natuurherstel, landschapsontwikkeling, scenario-ontwikkeling en stakeholdermanagement.
- Partners
- Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO)
Een icoonsoort op de rand van uitsterven
De vuursalamander is één van de meest opvallende amfibieën van onze streken, maar ook één van de kwetsbaarste. In West-Vlaanderen werd de soort voor het laatste waargenomen in het Hellegatbos in 1977. Aan de andere kant van de grens, in het Franse Parc départemental du Mont Noir, leeft nog wél een bloeiende populatie. Die kloof (letterlijk en figuurlijk) overbruggen: dát was de opdracht.
In opdracht van Provincie West-Vlaanderen voert Sweco een studie uit naar de biotoopverbetering van de vuursalamander in de Vlaamse Heuvels, als onderdeel van het Europese Interreg-project EUTOPIA Clim@Monts. Dit project zet in op het versterken van het ecologisch netwerk en de landschapskwaliteit in een grensoverschrijdende Vlaams-Franse context.
De vuursalamander is een slechte zwemmer, een slechte loper en heeft een zeer kleine homerange. Hij kan zichzelf niet zomaar redden. Maar als wij de puzzelstukken juist leggen – het juiste water, het juiste bos, de juiste verbinding – dan komt hij vanzelf.
Steyn Van Assche, ecoloog bij Sweco

Biotoopkartering: van Hellegatbos tot Mont Noir
Sweco analyseerde vijf deelgebieden in de regio: het Hellegatbos, de Broekelzen, de Kemmelberg, de Mont Noir en het kritieke tussengebied met de grensoverschrijdende zone tussen de Mont Noir en de Broekelzen. Per gebied werd een gedetailleerde biotoopkartering uitgevoerd, aangevuld met desktopanalyse, terreinbezoeken en hydrologisch onderzoek.
We onderzochten hoe de gebieden geoptimaliseerd kunnen worden, en hoe we ze met elkaar kunnen verbinden. De resultaten bieden een gelaagd pakket aan maatregelen: van de aanleg van bospoelen en stuwen op beken, over het tegengaan van verbraming, tot het creëren van volwaardige ecologische corridors.
Hellegatbos als ecologisch kroonjuweel
Het Hellegatbos springt eruit als de meest kansrijke locatie. Met 18,43 hectare aaneengesloten oud beukenbos, een rijk bronnencomplex en vrijwel geen exploitatiedruk scoort het gebied optimaal voor zowel voortplantings- als landhabitat. Het vormt een uitstekende kandidaat voor een mogelijke hervestiging van de soort.
In het tussengebied, momenteel grotendeels landbouwgebied met hagen en jonge bossen, werden drie scenario’s uitgewerkt voor de aanleg van een ecologische corridor:
- Minimaal: aanvullen en verbreden van de bestaande hagenstructuur met een dubbele bomenrij van beuk en eik, minstens 25 meter breed.
- Maximaal: aanplant van een brede strook Eiken-Beukenbos van de Mont Noir tot aan het Yourcenarbos.
- Intermediair (voorkeurscenario): een versterkt bocagelandschap met vochtige bloemrijke hooilanden. Een win-win voor de vuursalamander én voor soorten als geelgors, das en kamsalamander.
Voor de Mont Noir, Broekelzen en Kemmelberg werden gerichte maatregelen voorgesteld: aanleg van bospoelen, uitdiepen van vochtige depressies, herstel van meandering in beken en het aanpakken van lozingen van ongezuiverd huishoudelijk water.




Sweco als multidisciplinaire schakel
Sweco bracht naast ecologische expertise ook de capaciteit om complexe, multidisciplinaire vraagstukken te vertalen naar concrete, uitvoerbare scenario’s. De samenwerking met experten van het ANB en het INBO, gecombineerd met grensoverschrijdend overleg met Franse partners binnen Clim@Monts, maakte het mogelijk om een gedragen onderbouwd advies af te leveren.
Hydrologische grenzen doorbreken
De grootste verrassing was geen gebrek aan bos of water, maar de waterscheiding. Het gaat om een hydrologische grens die ervoor zorgt dat larven die wegspoelen vanuit de Mont Noir altijd verder Frankrijk invloeien, weg van het potentiële habitat in de Broekelzen. De vuursalamander zal het tussengebied dus letterlijk te voet moeten doorkruisen. Dat is momenteel onmogelijk bij gebrek aan geschikt landhabitat en voortplantingswater.
Andere uitdagingen:
- Recreatiedruk en honden nabij voortplantingsplaatsen, met risico op verspreiding van de schimmelziekte Batrachochytrium salamandrivorans (Bsal). Oplossing: creëren van ‘no-go-zones’ via takkenrillen of omheiningen.
- Vervuiling van beken door ongezuiverd huishoudelijk afvalwater, wat voortplanting verhindert. Oplossing: aanpak van lozingen en individuele waterzuivering.
- Timing van werken: ingrijpende beheerswerken worden buiten de actieve periodes van de soort gepland (vermijden van half juni tot half augustus en de winterperiode).
- Lange termijn: het creëren van optimaal landhabitat vraagt – eerlijk gezegd – geduld. Denk aan een tijdshorizon van meerdere decennia tot eeuwen.
Het antwoord op al deze uitdagingen? Wij kiezen voor een gelaagde aanpak die ecologische ambitie combineert met realisme over landgebruik, eigenaarschap en beheer.
Dit project maakt deel uit van het Europese Interreg-project EUTOPIA Clim@Monts, een grensoverschrijdende samenwerking tussen Vlaamse en Franse partners voor natuur- en landschapsherstel in de Vlaamse en Frans-Vlaamse Heuvelstreek.
