
Industrie en water: vergunningszekerheid begint bij aantoonbare waterkwaliteit
Water is voor de industrie tegelijk grondstof, procesmiddel, koelmedium, transporteur en ontvangende omgeving. Maar die vanzelfsprekendheid staat onder druk. De waterkwaliteit in Vlaanderen haalt de Europese doelstellingen niet, terwijl de deadline van de Kaderrichtlijn Water dichterbij komt. Tegen december 2027 vraagt Europa dat het grond- en oppervlaktewater een goede ecologische en chemische toestand behaalt. Voor industriële bedrijven wordt waterkwaliteit daardoor een strategische factor voor vergunningen, investeringen en bedrijfscontinuïteit.
In augustus staat water centraal bij Sweco. We kijken daarbij naar water als systeem, want water stopt niet aan de perceelsgrens, de lozingspijp of de rand van een bedrijventerrein. Elke ingreep heeft impact op de bredere watercyclus: van neerslag, infiltratie en grondwater tot proceswater, afvalwater, oppervlaktewater en hergebruik.
Voor industriële spelers is die systemische blik vandaag belangrijker dan ooit.
Het is vijf voor twaalf voor onze waterkwaliteit. We kunnen ons geen business as usual meer permitteren. Als we Europa willen overtuigen dat Vlaanderen wel degelijk hard werkt aan betere waterkwaliteit, dan moet iedereen mee in bad: overheid, landbouw, industrie, natuur, lokale besturen en waterbeheerders. Zoniet kijken we vanaf 2027 aan tegen zware juridische onzekerheid en mogelijk zelfs een vergunningenstop.
Jo Brouns, Vlaams minister van Omgeving in De Standaard, 8 juni 2026
Van milieuthema naar vergunningenrisico
De recente waarschuwingen van Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns tonen hoe urgent het dossier geworden is.
Vanaf 2027 moet Vlaanderen aan Europa kunnen aantonen waarom de doelstellingen niet gehaald zijn en welke gerichte maatregelen wél genomen worden.
Vanaf 2028 wordt verwacht dat Europa strenger zal toezien op de waterkwaliteit, met meer bindende verplichtingen.
Wie loost, uitbreidt, hervergunt of nieuwe activiteiten plant, zal steeds sterker moeten aantonen dat zijn activiteit
- geen achteruitgang veroorzaakt aan de ontvangende waterloop
- het behalen van de goede toestand niet hypothekeert.

Voldoen aan de vergunde lozingsnorm volstaat niet meer
De Kaderrichtlijn Water werkt met het principe dat geen achteruitgang is toegestaan en met het zogenaamde “one out, all out”-principe:
als één parameter niet voldoet, haalt het volledige waterlichaam de goede toestand niet.
Een lozing kan dus binnen de individuele norm vallen en toch problematisch zijn voor het ontvangende watersysteem. De beoordeling verschuift van individuele lozingsnormen naar de totale impact op de waterloop.
Daarbij tellen onder meer:
- de bestaande kwaliteit van het ontvangende waterlichaam;
- de achtergrondconcentraties van bepaalde stoffen;
- de cumulatieve impact van meerdere lozers;
- de ecologische draagkracht van het watersysteem;
- de bijdrage van de lozing aan een mogelijke achteruitgang;
- de haalbaarheid van bijkomende maatregelen.
Precies daarom is een geïntegreerde waterstrategie nodig. Onze consultants bekijken bedrijfsafvalwater als onderdeel van de volledige watercyclus: van waterinname tot impact op oppervlakte- en grondwater.
De aantoonbaarheid van monitoring wordt steeds belangrijker in overleg met overheden, waterbeheerders en stakeholders – en versterkt de vergunningzekerheid bij nieuwe projecten, uitbreidingen of hervergunningen.
Wim Kerstens, teamleader Water for Industry bij Sweco
Pesticiden, PFAS, TFA, zouten en metalen: de druk neemt toe
Pesticiden
In de voedingsindustrie kunnen pesticidenresidu’s of afbraakproducten (metabolieten, zoals 1,2,4-triazool) via aangeleverde groenten, fruit of andere grondstoffen in het proceswater terechtkomen.
Wanneer de producten gewassen worden, belanden die stoffen via bedrijfsafvalwater opnieuw in het watersysteem.
Dat roept complexe vragen op.
Waar komt de stof het bedrijf binnen?
In welke deelstromen zit de hoogste concentratie?
Welke zuiveringstechnieken zijn haalbaar?
Welke verantwoordelijkheid draagt elke schakel in de keten?
PFAS
Ook PFAS blijven een belangrijk aandachtspunt. PFAS kunnen gelinkt zijn aan productieprocessen, historische verontreiniging, blusactiviteiten of afstromend water op bedrijfsterreinen.
Via drainagewater, lekwater, bemaling of lozing kunnen ook deze stoffen in het watersysteem terechtkomen.
Voortschrijdend inzicht
De recente classificatie van TFA als zorgwekkende stof illustreert hoe snel wetenschappelijke inzichten, Europese classificaties en beleidsverwachtingen kunnen evolueren.
Bedrijven zijn gebaat bij robuuste waterstrategieën, om ook toekomstige normverstrenging en nieuwe parameters op te vangen.
Klassieke parameters
Daarnaast blijven klassieke parameters zoals chloriden, sulfaten, kobalt, stikstof en fosfor belangrijk.
Zeker wanneer deze stoffen al in verhoogde concentraties aanwezig zijn in het ontvangende waterlichaam, kan een bijkomende industriële lozing de druk op het watersysteem vergroten.
Vijf acties die je als bedrijf kan nemen
Wacht niet tot een hervergunning of uitbreiding formeel wordt opgestart.
Analyseer vandaag al welke waterstromen, lozingen of bemalingen impact kunnen hebben op oppervlaktewater en grondwater.
Een onderbouwde aanpak begint met een gerichte wateraudit. Daarbij worden verschillende deelstromen bemonsterd, zoals eerste waswater, tweede waswater, proceswater en effluent. Zo wordt duidelijk waar de hoogste concentraties voorkomen en waar ingrepen het meeste effect hebben.
Dit is niet alleen een technische oefening. Het gaat ook over aantoonbaarheid. Als je kan bewijzen dat je monitort, test, optimaliseert en redelijke maatregelen neemt, sta je sterker in overleg met overheden, waterbeheerders, klanten en andere stakeholders.
Voor bedrijven die bedrijfsafvalwater lozen op oppervlaktewater, speelt de impactbeoordeling via de Wezer-tool van de Vlaamse Milieumaatschappij een steeds grotere rol.
Wanneer bij nieuwe vergunningen en hervergunningen blijkt dat één of meerdere parameters kritisch zijn, kan dat leiden tot bijkomende voorwaarden, extra onderbouwing, strengere monitoring of de nood aan verdergaande zuivering.
Daarom is het cruciaal om deze analyse op te starten vóór het vergunningsdossier. Vroeg inzicht in de kritische parameters, mogelijke knelpunten en realistische maatregelen, vergroot je vergunningszekerheid en vermijdt verrassingen in een laat stadium.
Wanneer een impactbeoordeling aantoont dat de bestaande lozingsnormen niet de vereiste kwaliteit halen, komt een BBT+ benadering in beeld.
Een BBT+ studie brengt systematisch in kaart:
- welke bijkomende zuiverings- of procesmaatregelen mogelijk zijn: aan de bron, in een deelstroom of end-of-pipe?;
- of die technisch haalbaar zijn binnen de lokale bedrijfscontext;
- welke investerings- en exploitatiekosten eraan verbonden zijn;
- of de maatregel economisch haalbaar is voor het bedrijf;
Die afweging is essentieel.
Structurele monitoring toont aan dat je als bedrijf je waterimpact kent, opvolgt en actief beheerst. Die aantoonbaarheid wordt steeds belangrijker in overleg met overheden, waterbeheerders en stakeholders – en versterkt de vergunningzekerheid bij nieuwe projecten, uitbreidingen of hervergunningen.
Lees ook de volgende artikels over water in de industrie
Lees ook de volgende artikels over water in de industrie
De rol van waterkwaliteit in haalbare, vergunbare projecten
Waterbodemstudies: nieuwe verantwoordelijkheid voor eigenaars, exploitanten en beheerders
Waterstrategieën voor farma: van zuivering tot efficiënt gebruik

Maak het verschil met een proactieve waterstrategie
De grootste fout die bedrijven vandaag kunnen maken, is wachten tot de hervergunning of uitbreiding formeel op tafel ligt. Op dat moment is de tijd beperkt, zijn alternatieven moeilijker te onderzoeken en wordt de ruimte voor overleg kleiner.
Een proactieve waterstrategie biedt meer mogelijkheden.
Zeker voor waterintensieve sectoren zoals voedingsbedrijven, (petro-)chemische bedrijven, logistieke sites en infrastructuurbeheerders is dit vandaag essentieel.
Sweco helpt je van analyse tot uitvoering
Sweco ondersteunt industriële spelers bij elke stap van hun wateruitdaging met oplossingen die technisch haalbaar, economisch verdedigbaar en vergunningstechnisch robuust zijn.
We combineren hydrologische, milieutechnische, ecologische, procesmatige en ruimtelijke expertise voor:
- impactbeoordelingen van bedrijfsafvalwater;
- voorbereiding en interpretatie van de Wezer-toets;
- monitoring en staalnamecampagnes;
- wateraudits en deelstroomanalyses;
- BBT- en BBT+ studies;
- onderzoek naar procesoptimalisatie en bronmaatregelen;
- selectie en evaluatie van zuiveringstechnieken;
- kosten-batenanalyses;
- ondersteuning bij vergunnings- en overlegtrajecten;
- strategieën voor waterhergebruik, buffering, infiltratie en lozingsbeperking;
- ontwikkeling van een wetenschappelijk onderbouwde waterstrategie.
We kijken altijd verder dan het lozingspunt.
Een maatregel is pas duurzaam als ze past binnen het volledige watersysteem én binnen de operationele realiteit van het bedrijf.
Wil je weten
Welke impact je lozing heeft op het watersysteem?
Welke parameters kritisch zijn?
Welke maatregelen haalbaar zijn voor je bedrijf?
Sweco helpt je om de juiste keuzes te maken, vóór waterkwaliteit een vergunningsrisico wordt.
Overig nieuws

Industrie en water: vergunningszekerheid begint bij aantoonbare waterkwaliteit
Lees meer

Sweco Belgium verwelkomt All Soil Assistance en versterkt zo haar bodemexpertise
Lees meer

Water, sleutel voor natuurherstel en een leefbare toekomst
Lees meer





