Een veelzijdige zorgcampus met focus op kleinschalige huiselijkheid
’t Huis
In Kortrijk is de zorgcampus ’t Huis gerealiseerd als een moderne vervangingsnieuwbouw voor woonzorgcentrum Sint-Jozef. Het project omvat 135 bewonerskamers, een lokaal dienstencentrum, een dagverzorgingscentrum en een kinderdagverblijf. Het masterplan werd uitgewerkt door assar, die ook de bouwheer begeleidde bij het verkrijgen van VIPA-subsidies.

Projectinformatie
- ZorgKortrijk (voorheen OCMW)
- Klant
- Kortrijk
- Locatie
- 3.150 m² ondergronds, 8.975 m² bovengronds
- Oppervlakte
- architectuur, interieurarchitectuur, BIM, landschapsontwerp, stedenbouw & urbanisme, projectmanagement, programmering
- Expertises


Historiek en inplanting
Het voormalige woonzorgcentrum Sint-Jozef, dat later de naam ’t Huis kreeg, was jarenlang een vaste waarde in het Kortrijkse zorglandschap. Het gebouw dateerde uit 1966 en voldeed niet langer aan de hedendaagse brandveiligheidsnormen en richtlijnen rond kamergrootte. Architecturaal had het complex bovendien sterk aan kwaliteit ingeboet, onder meer door toevoegingen in spiegelglas die waren aangebracht om elke kamer van sanitair te voorzien. Omdat renovatie weinig duurzaam leek, besliste OCMW Kortrijk, nu ZorgKortrijk, om de campus volledig te vernieuwen op basis van een masterplan.
De nieuwe zorgcampus werd ingeplant aan de achterzijde van het terrein, waarbij bestaande bomen zoveel mogelijk behouden zijn. De bouwhoogte is bewust beperkt tot twee bouwlagen langs de aanpalende woningen en drie bouwlagen aan de zijde van de school, zodat het complex harmonieus in de omgeving aansluit. Ook de bereikbaarheid werd zorgvuldig uitgewerkt: zwaar verkeer verloopt via de bestaande oprit aan de Condédreef en wordt naar de rechterzijde van het terrein geleid, waardoor een ruime groenzone aan de voorzijde behouden kon blijven. Deze zone wordt ingericht als park met tuinbouw en een nieuwe speeltuin. De groenzone achter het gebouw, voornamelijk bedoeld voor bewoners, krijgt een privatief karakter met afgesloten parktuinen.


Architectonisch concept
De campus bestaat uit acht orthogonaal geschakelde bouwblokken met de schaal van een woonhuis. Door deze schakeling ontstaat een spel van open en gesloten ruimtes dat transparantie en doorzichten creëert. Alle kamers zijn oost-west georiënteerd en hebben zicht op de omgeving. Elke afdeling bestaat uit twee leefgroepen van zestien kamers, telkens georganiseerd in woonhuizen van acht kamers die ook in de architectuur leesbaar zijn. Dit draagt bij aan een kleinschalige en huiselijke sfeer.
Het plan van een afdeling is opgevat in een H-vorm. In het horizontale deel bevinden zich de semipublieke functies zoals de verpleegpost, dag- en eetzalen, wellness, keuken en bergingen. De twee knooppunten van de H worden doorbroken door patio’s die licht, lucht en oriëntatie bieden. Zij bevorderen sociale interactie en vormen herkenningspunten voor bewoners, bezoekers en personeel. De verticale delen van de H bevatten de woonhuizen en zijn bewust meer privatief opgevat.


Huiselijk kader
Van meet af aan was het de ambitie om het utilitaire, bijna klinische gevoel van klassieke woonzorgcentra te vermijden. Daarom werd in de gemeenschappelijke delen en circulatieruimtes gekozen voor warme tinten, natuurlijke materialen en een stijlvolle afwerking met houtaccenten, terrazzo in de keukens, verfijnde verlichting en comfortabel meubilair. Ook in de kamers werd afgeweken van een standaardzorginrichting. Bewoners krijgen ruime kamers met mogelijkheden tot personalisatie, zodat eerder een hotelgevoel dan een ziekenhuisomgeving wordt opgeroepen. De brede maatvoering laat toe dat bewoners hun leef- en slaapzone flexibel kunnen inrichten volgens hun voorkeur.
Kleinschalig genormaliseerd wonen
De zorgcampus staat volledig in het teken van kleinschalig genormaliseerd wonen. Dit betekent dat de woonomgeving huiselijk en vertrouwd is, waarbij bewoners in kleinere groepen samenleven. Elke leefgroep beschikt over een eigen keuken, living en gemeenschappelijke ruimtes. Dit creëert een geborgen leefomgeving en maakt het mogelijk bewoners te groeperen op basis van specifieke zorgbehoeften, zoals dementie. Ook de werking is op deze schaal ingericht: er is geen centrale keuken, maar elke leefgroep bereidt dagelijks zijn eigen maaltijden. Deze aanpak ondersteunt zowel autonomie als welzijn en draagt bij tot een betere beheersbaarheid in crisissituaties zoals de coronapandemie.


Een levendige zorgcampus
’t Huis is geen geïsoleerd woonzorgcentrum maar maakt deel uit van een bredere zorgcampus die ook de buurt betrekt. Aan de voorzijde zorgt een luifel voor een levendige wandelboulevard die toegang geeft tot de verschillende functies: kinderopvang, dagverzorgingscentrum, een polyvalente zaal en een cafetaria met bistrogevoel. De meer publieke delen bevinden zich aan de straatzijde, terwijl de woonhuizen van het WZC zich achter en boven deze functies situeren. Zo ontstaat een evenwicht tussen openheid en privacy.
Na de afbraak van het oude woonzorgcentrum wordt de vrijgekomen ruimte omgevormd tot een publiek park met speeltuin, dat ontmoeting stimuleert en een natuurlijke link creëert tussen de bewoners en de buurt. Op die manier verdwijnt de klassieke connotatie van het “rusthuis” en wordt de campus een dynamische ontmoetingsplek voor jong en oud.
Duurzaamheid en innovatie
Duurzaamheid en Total Cost of Ownership vormen een belangrijke pijler in het ontwerp. Door een flexibele kolomstructuur en uitgebreide BIM-integratie is het gebouw voorbereid op toekomstige aanpassingen. Het energieconcept omvat een water-waterwarmtepomp in combinatie met een BEO-veld, waardoor zowel passieve koeling als efficiënte verwarming mogelijk zijn. Het ventilatiesysteem werkt vraaggestuurd op basis van CO₂-niveaus en garandeert gezonde luchtkwaliteit, terwijl energiezuinige LED-verlichting het verbruik beperkt.
De campus geldt bovendien als voorbeeldproject voor innovatief BIM-gebruik. Het volledige ontwerp en de technieken werden geïntegreerd in een bruikbaar BIM-model dat ook na oplevering inzetbaar is voor exploitatie en onderhoud. Het project fungeerde zelfs als piloot voor BIM-based E-Procurement, waarbij aannemers een IFC-model konden raadplegen bij hun inschrijving. Dit zorgde voor meer transparantie en efficiëntie in de aanbestedingsprocedure en effent de weg voor toekomstig gebruik in stedelijke projecten.
Team
- Stabiliteit: BM Engineering
- Technieken: BM Engineering
- EPB: Kubiek
- Landschapsarchitectuur: Omgeving
- Algemene aannemer: TM Stadsbader-EEG


































